Gestructureerd overzicht, geen juridisch advies. Controleer altijd de officiële wettekst.
Verplichtingen per regeling: Wet collectieve warmte: 224 Energiewet: 5

Verboden (23)

Wet collectieve warmte

art. 1.2 lid 1 Verbod

Het is verboden zonder aanwijzing van een warmtebedrijf of warmtetransportbeheerder warmte te transporteren en te leveren, met enkele uitzonderingen.

Officiële wettekst ->
art. 10.9 Verbod

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking zoals bedoeld in de artikelen 10.5, vierde lid, 10.6, vierde lid, en 10.7, derde lid.

Officiële wettekst ->
art. 12.4 lid 1a Verbod

Een warmtebedrijf mag niet handelen in strijd met artikel 7.1, eerste lid, als dit nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van kleinverbruikers.

Officiële wettekst ->
art. 12.4 lid 1b Verbod

Een warmtebedrijf mag niet handelen in strijd met artikel 7.21, eerste lid, als dit nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van grootverbruikers.

Officiële wettekst ->
art. 12.4 lid 1c Verbod

Een warmtebedrijf mag niet handelen in strijd met artikel 7.22, eerste lid, als dit nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van kleinverbruikers, huurders en leden van een vereniging van eigenaars.

Officiële wettekst ->
art. 12.4 lid 1d Verbod

Een warmtebedrijf mag niet handelen in strijd met artikel 7.35 als dit nadeel toebrengt aan de collectieve belangen van grootverbruikers.

Officiële wettekst ->
art. 13.19 Verbod

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking zoals bedoeld in de artikelen 13.4, eerste lid, 13.8, vierde lid, 13.12, derde lid, 13.9, vierde lid, en 13.14, tweede lid.

Officiële wettekst ->
art. 2.21 lid 4 Verbod

Een aangewezen warmtebedrijf mag niet meer broeikasgassen uitstoten dan de vastgestelde norm.

Officiële wettekst ->
art. 2.3 lid 1 Verbod

Een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang mag geen afspraken maken die de doorslaggevende zeggenschap van de overheid over het warmtebedrijf beperken.

Officiële wettekst ->
art. 2.34 lid 2 Verbod

Een aangewezen warmtebedrijf geeft geen gevolg aan de opzegging indien het technisch niet mogelijk is of als het leidt tot aanzienlijk blijvend nadeel voor een andere verbruiker.

Officiële wettekst ->
art. 2.40 lid 2a Verbod

Een aangewezen warmtebedrijf beëindigt de levering van warmte aan een kleinverbruiker niet in verband met wanbetaling, behoudens bij ministeriële regeling te bepalen gevallen.

Officiële wettekst ->
art. 2.40 lid 2b Verbod

Een aangewezen warmtebedrijf beëindigt de levering van warmte niet aan aangewezen kleinverbruikers indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Officiële wettekst ->
art. 2.43 lid 2 Verbod

Een aangewezen warmtebedrijf mag meetgegevens niet op afstand uitlezen als de kleinverbruiker hierom verzoekt.

Officiële wettekst ->
art. 2.45 lid 1 Verbod

Het is een aangewezen warmtebedrijf verboden de economische eigendom van het warmtenet geheel of deels over te dragen aan een derde of het warmtenet te bezwaren met een zekerheidsrecht ten gunste van een aandeelhouder.

Officiële wettekst ->
art. 2.49 Verbod

Het is anderen dan het aangewezen warmtebedrijf verboden om de taken met betrekking tot het ter beschikking stellen van een warmtemeter door middel van verhuur uit te voeren, tenzij door een derde zoals bedoeld in artikel 2.13, vijfde lid.

Officiële wettekst ->
art. 2.50 Verbod

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking zoals bedoeld in specifieke artikelen.

Officiële wettekst ->
art. 3.12 lid 1 Verbod

Het is een warmtebedrijf verboden de economische eigendom van het warmtenet geheel of deels over te dragen aan een derde of het warmtenet te bezwaren met een zekerheidsrecht ten gunste van een aandeelhouder.

Officiële wettekst ->
art. 3.13 Verbod

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking zoals bedoeld in specifieke artikelen.

Officiële wettekst ->
art. 5.11 Verbod

Het is een warmtetransportbeheerder verboden warmte te produceren, te leveren of daarin te handelen in het gebied waarvoor deze is aangewezen.

Officiële wettekst ->
art. 5.15 lid 1 Verbod

Het is verboden voor de warmtetransportbeheerder om de economische eigendom van het warmtetransportnet geheel of deels over te dragen aan een derde.

Officiële wettekst ->
art. 5.17 lid 1 Verbod

Het is een partij verboden warmtetransportcapaciteit van de warmtetransportbeheerder af te nemen anders dan voor eigen gebruik.

Officiële wettekst ->
art. 5.18 Verbod

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking als bedoeld in bepaalde artikelen.

Officiële wettekst ->
art. 6.16 Verbod

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking als bedoeld in artikel 6.10, vierde lid, en artikel 6.14, derde lid.

Officiële wettekst ->

Plichten (179)

Energiewet

art. 4.3 lid 1 Plicht

Een partij die gegevens verzamelt, aanlevert, ontvangt, bewerkt of in een register heeft opgenomen, moet passende en evenredige technische en organisatorische maatregelen nemen om de risico’s voor de beveiliging van die gegevens te beheersen.

Officiële wettekst ->
art. 4.3 lid 2 Plicht

De maatregelen moeten zorgen voor een niveau van beveiliging dat is afgestemd op de risico’s die zich voordoen, gezien de stand van de techniek.

Officiële wettekst ->
art. 4.3 lid 3 Plicht

Een partij moet passende maatregelen nemen om incidenten die de beveiliging van gegevens bedreigen te voorkomen en de gevolgen van dergelijke incidenten zo veel mogelijk te beperken.

Officiële wettekst ->
art. 4.4 lid 1 Plicht

Een partij moet onverwijld een inbreuk op de beveiliging van gegevens met aanzienlijke gevolgen melden bij Onze Minister.

Officiële wettekst ->
art. 4.4 lid 2 Plicht

Een partij moet op verzoek van Onze Minister de informatie verstrekken die nodig is om een gemelde inbreuk op de beveiliging van gegevens te beoordelen.

Officiële wettekst ->

Wet collectieve warmte

art. 1.2 lid 3 Plicht

Een warmtebedrijf moet een transportovereenkomst sluiten met een onderneming die grotendeels warmte transporteert en levert voor industriële processen.

Officiële wettekst ->
art. 10.5 lid 3 Plicht

Eenieder volgt de opdracht op waarbij de Autoriteit Consument en Markt een redelijke vergoeding vaststelt voor de uitvoering van de opdracht.

Officiële wettekst ->
art. 10.5 lid 5 Plicht

Eenieder is verplicht medewerking te verlenen aan het noodwarmtebedrijf voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

Officiële wettekst ->
art. 10.6 lid 5 Plicht

Het warmtebedrijf of de warmtetransportbeheerder volgt de opdracht van de aangewezen persoon op en verstrekt alle benodigde informatie.

Officiële wettekst ->
art. 10.8 lid 2 Plicht

De producent, warmtebedrijf, warmtetransportbeheerder of verbruiker verleent medewerking aan metingen.

Officiële wettekst ->
art. 11 lid 1 Plicht

Een warmtebedrijf stelt een onafhankelijke geschillencommissie in voor geschillen met verbruikers of gebouweigenaren.

Officiële wettekst ->
art. 11 lid 2 Plicht

De procedure bij de geschillencommissie moet snel, transparant, eenvoudig en goedkoop zijn.

Officiële wettekst ->
art. 12.4 lid 2 Plicht

Een warmtebedrijf kan worden veroordeeld tot het openbaar maken van een beschikking op kosten van de door het College aan te geven partij.

Officiële wettekst ->
art. 13.12 lid 1 Plicht ⏱ 6 months after entry into force

Een warmtebedrijf moet binnen een half jaar na inwerkingtreding van dit artikel een aanvraag voor ontheffing indienen.

Officiële wettekst ->
art. 13.3 lid 1 Plicht

Het college wijst maar één warmtebedrijf aan voor samen te voegen gebieden als de collectieve warmtevoorziening in het ene gebied afhankelijk is van de toegang tot de collectieve warmtevoorziening van het andere gebied.

Officiële wettekst ->
art. 13.5 lid 2 Plicht ⏱ 2 years after entry into force

Het warmteleveringsbedrijf en het warmtenetbedrijf moeten binnen twee jaar na inwerkingtreding van dit artikel een warmtebedrijf oprichten.

Officiële wettekst ->
art. 13.5 lid 2 Plicht ⏱ 2 years after entry into force

Het warmteleveringsbedrijf en het warmtenetbedrijf moeten binnen twee jaar na inwerkingtreding van dit artikel een warmtebedrijf oprichten.

Officiële wettekst ->
art. 13.5 lid 3 Plicht ⏱ 6 months after designation

Binnen 6 maanden na de aanwijzing moeten het aangewezen warmtebedrijf en het warmtenetbedrijf een overeenkomst sluiten.

Officiële wettekst ->
art. 13.5 lid 3 Plicht ⏱ 6 months after designation

Binnen 6 maanden na de aanwijzing moeten het aangewezen warmtebedrijf en het warmtenetbedrijf een overeenkomst sluiten.

Officiële wettekst ->
art. 13.7 Plicht

Op een aangewezen warmtebedrijf rusten de taken vanaf het tijdstip waarop het college heeft ingestemd met het uitgewerkt kavelplan.

Officiële wettekst ->
art. 13.8 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet binnen een bepaalde termijn een uitgewerkt kavelplan opstellen voor de warmtekavel waarvoor het is aangewezen.

Officiële wettekst ->
art. 13.9 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet een ander warmtebedrijf toegang verlenen tot zijn collectieve warmtevoorziening tegen redelijke voorwaarden en tarieven.

Officiële wettekst ->
art. 2.10 lid 4 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf moet een aanvraag indienen bij de Autoriteit Consument en Markt voordat het een aanvraag om instemming indient.

Officiële wettekst ->
art. 2.10 lid 6 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf moet bij een aanvraag om instemming het besluit van de Autoriteit Consument en Markt overleggen.

Officiële wettekst ->
art. 2.14 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet de Autoriteit Consument en Markt en het college onmiddellijk melden als het redelijkerwijs te voorzien is dat het een taak als bedoeld in artikel 2.13 niet langer kan uitvoeren.

Officiële wettekst ->
art. 2.14 lid 2 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet op korte termijn na de melding aangeven welke maatregelen zijn genomen om de taak weer uit te kunnen voeren of te voorkomen dat de taak niet kan worden uitgevoerd.

Officiële wettekst ->
art. 2.14 lid 4 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf moet de opdracht van de Autoriteit Consument en Markt opvolgen.

Officiële wettekst ->
art. 2.14 lid 6 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet nagaan of de opdracht leidt tot een wijziging van het uitgewerkt kavelplan.

Officiële wettekst ->
art. 2.15 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet jaarlijks binnen een bepaalde termijn informatie over organisatorische en technische bekwaamheid en financiële situatie aan de Autoriteit Consument en Markt zenden.

Officiële wettekst ->
art. 2.15 lid 2 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet de Autoriteit Consument en Markt onmiddellijk melden als de financiële situatie significant verslechtert.

Officiële wettekst ->
art. 2.15 lid 4 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf moet de opdracht van de Autoriteit Consument en Markt opvolgen.

Officiële wettekst ->
art. 2.16 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet op verzoek van het college een uitgewerkt kavelplan of wijziging daarvan aan het college zenden.

Officiële wettekst ->
art. 2.16 lid 6 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf moet de opdracht van het college opvolgen om het uitgewerkt kavelplan te wijzigen.

Officiële wettekst ->
art. 2.16 lid 7 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf moet de taken en verplichtingen uitvoeren overeenkomstig het uitgewerkt kavelplan.

Officiële wettekst ->
art. 2.17 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf stelt periodiek een investeringsplan op voor een warmtekavel waarvoor het een aanwijzing heeft verkregen.

Officiële wettekst ->
art. 2.17 lid 3 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf legt een ontwerp-investeringsplan voor aan de Autoriteit Consument en Markt en het college dat het warmtebedrijf de aanwijzing heeft verleend.

Officiële wettekst ->
art. 2.17 lid 6 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf stelt het investeringsplan vast en verantwoordt de wijzigingen op basis van de toets van de Autoriteit Consument en Markt en de zienswijze van het college.

Officiële wettekst ->
art. 2.17 lid 7 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf voert de in het investeringsplan opgenomen investeringen uit.

Officiële wettekst ->
art. 2.17 lid 8 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf zendt een wijziging van het investeringsplan aan de Autoriteit Consument en Markt en het college dat het warmtebedrijf heeft aangewezen.

Officiële wettekst ->
art. 2.17 lid 9 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf gaat na of het investeringsplan leidt tot een wijziging van het uitgewerkt kavelplan.

Officiële wettekst ->
art. 2.18 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf dient jaarlijks een leveringszekerheidsrapportage in bij het college en de Autoriteit Consument en Markt.

Officiële wettekst ->
art. 2.18 lid 5 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf volgt de opdracht op en voert de in een leveringszekerheidsrapportage opgenomen maatregelen uit.

Officiële wettekst ->
art. 2.18 lid 6 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf gaat na of een leveringszekerheidsrapportage of een opdracht leidt tot een wijziging van het uitgewerkt kavelplan.

Officiële wettekst ->
art. 2.19 lid 1 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf doet al het mogelijke om een onderbreking van de levering van warmte te voorkomen en beëindigt deze zo snel mogelijk indien deze zich voordoet.

Officiële wettekst ->
art. 2.19 lid 2 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf stelt een verbruiker tenminste drie dagen van tevoren op de hoogte van geplande werkzaamheden waarbij de levering van warmte moet worden onderbroken.

Officiële wettekst ->
art. 2.19 lid 3 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf houdt een storingsregistratie bij betreffende de levering van warmte aan verbruikers en publiceert deze op een geschikte wijze.

Officiële wettekst ->
art. 2.20 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet een compensatie uitkeren aan een verbruiker bij een ernstige storing in de levering van warmte.

Officiële wettekst ->
art. 2.21 lid 4 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet onmiddellijk melding maken aan de Autoriteit Consument en Markt als de uitstoot van broeikasgassen meer is dan de norm.

Officiële wettekst ->
art. 2.23 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf verstrekt een verbruiker informatie over de uitstoot van broeikasgassen op de gespecificeerde factuur.

Officiële wettekst ->
art. 2.24 lid 1 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf maakt jaarlijks betrouwbare informatie over de uitstoot van broeikasgassen openbaar.

Officiële wettekst ->
art. 2.25 lid 1 Plicht

Bij een aanbod voor aansluiting verstrekt het warmtebedrijf de gebouweigenaar duidelijke informatie over de te leveren goederen en diensten.

Officiële wettekst ->
art. 2.25 lid 2 Plicht

Bij een aanbod voor een nieuwe aansluiting verstrekt het warmtebedrijf de minimale en maximale tarieven voor de eerste drie jaar.

Officiële wettekst ->
art. 2.26 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet een gebouweigenaar een aanbod doen om aangesloten te worden op een collectieve warmtevoorziening indien het gebouw zich binnen een warmtekavel bevindt en gasgebruik is uitgesloten.

Officiële wettekst ->
art. 2.26 lid 2 Plicht

Bij het aanbod verzoekt het warmtebedrijf de gebouweigenaar om binnen een bepaalde termijn aan te geven indien het aanbod niet wordt aanvaard.

Officiële wettekst ->
art. 2.26 lid 3 Plicht

Het warmtebedrijf informeert de gebouweigenaar over de stilzwijgende aanvaarding van het aanbod en biedt de mogelijkheid om de overeenkomst binnen 14 dagen kosteloos te ontbinden.

Officiële wettekst ->
art. 2.26 lid 4 Plicht

Het warmtebedrijf verstrekt aanvullende informatie over de gevolgen van niet reageren op het aanbod.

Officiële wettekst ->
art. 2.27 lid 1 Plicht

Het warmtebedrijf moet op verzoek van een gebouweigenaar opnieuw een aanbod doen voor aansluiting indien de gebouweigenaar eerder heeft aangegeven niet aangesloten te willen worden.

Officiële wettekst ->
art. 2.3 lid 7 Plicht

Het bestuur van een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang stelt de tarieven voor verbruikers vast zonder dat deze onderhevig zijn aan goedkeuring of bindende instructies van aandeelhouders.

Officiële wettekst ->
art. 2.31 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet voorafgaand aan het sluiten van een leveringsovereenkomst duidelijke informatie verstrekken over de te leveren goederen en diensten en de overeengekomen kwaliteitsniveaus.

Officiële wettekst ->
art. 2.31 lid 3 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet een samenvatting van de belangrijkste voorwaarden uit de leveringsovereenkomst in begrijpelijke taal verstrekken.

Officiële wettekst ->
art. 2.32 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf stelt een verbruiker op toereikende wijze in kennis van een voornemen tot wijziging van de tarieven of voorwaarden van de leveringsovereenkomst.

Officiële wettekst ->
art. 2.34 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf reageert schriftelijk op een opzegging en motiveert waarom de beëindiging niet kan plaatsvinden indien van toepassing.

Officiële wettekst ->
art. 2.37 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf verstrekt een verbruiker periodiek en kosteloos facturen en factureringsinformatie op transparante en begrijpelijke wijze.

Officiële wettekst ->
art. 2.38 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf biedt een verbruiker een ruime keuze uit betalingswijzen.

Officiële wettekst ->
art. 2.38 lid 2 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf is goed bereikbaar voor een verbruiker.

Officiële wettekst ->
art. 2.38 lid 3 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf handelt correspondentie van een verbruiker binnen tien werkdagen af.

Officiële wettekst ->
art. 2.38 lid 4 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf gebruikt de gegevens van een verbruiker uitsluitend voor het uitvoeren van de taken en verplichtingen.

Officiële wettekst ->
art. 2.39 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf voorziet in een transparante, kosteloze en eenvoudige klachtenprocedure.

Officiële wettekst ->
art. 2.40 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf neemt preventieve maatregelen om beëindiging van levering wegens wanbetaling te voorkomen.

Officiële wettekst ->
art. 2.41 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet de kosten voor de levering van warmte baseren op het gemeten verbruik.

Officiële wettekst ->
art. 2.42 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet een warmtemeter installeren waar dat technisch haalbaar en kostenefficiënt is.

Officiële wettekst ->
art. 2.42 lid 10 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet een afzonderlijke verbruiker inzicht geven in de meetgegevens en berekeningen van het verbruik.

Officiële wettekst ->
art. 2.42 lid 3 Plicht

Indien de installatie van een warmtemeter niet haalbaar of kostenefficiënt is, moet een warmtekostenverdeler worden geïnstalleerd waar dat kostenefficiënt is.

Officiële wettekst ->
art. 2.42 lid 4 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet een verbruiksonafhankelijke warmtekostenverdeelsystematiek hanteren indien de installatie van een warmtekostenverdeler niet kostenefficiënt is.

Officiële wettekst ->
art. 2.42 lid 6 Plicht

De warmtekostenverdeler en andere technische voorzieningen moeten volgens gangbare technische normen worden geïnstalleerd en toegepast.

Officiële wettekst ->
art. 2.43 lid 1 Plicht

Een warmtemeter of warmtekostenverdeler moet op afstand uitleesbaar zijn.

Officiële wettekst ->
art. 2.43 lid 3 Plicht

Meetgegevens van een op afstand uitleesbare warmtemeter en warmtekostenverdeler mogen maximaal eenmaal per 15 minuten worden gecollecteerd, gevalideerd of vastgesteld.

Officiële wettekst ->
art. 2.44 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet op verzoek van een producent of producent van restwarmte in overleg treden over het gebruik van de warmtebron.

Officiële wettekst ->
art. 2.44 lid 2 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet informatie verstrekken aan de producent of producent van restwarmte na ontvangst van een verzoek.

Officiële wettekst ->
art. 2.44 lid 3 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet een deugdelijk gemotiveerde schriftelijke beslissing over het gebruik van de warmtebron aan de producent of producent van restwarmte verstrekken.

Officiële wettekst ->
art. 2.45 lid 2 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet de eigendom van het warmtenet overdragen aan het volgende aangewezen warmtebedrijf indien de aanwijzing is gewijzigd, ingetrokken, vervallen of overgedragen.

Officiële wettekst ->
art. 2.45 lid 3 Plicht

Indien een openbaar lichaam de juridische eigendom heeft, moet het aangewezen warmtebedrijf de economische eigendom van het warmtenet overdragen aan het volgende aangewezen warmtebedrijf indien de aanwijzing is gewijzigd, ingetrokken, vervallen of overgedragen.

Officiële wettekst ->
art. 2.46 Plicht

Een warmtebedrijf dat een aanwijzing overneemt, moet alle leveringsovereenkomsten overnemen die het aangewezen warmtebedrijf met verbruikers heeft gesloten.

Officiële wettekst ->
art. 2.47 lid 1 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf publiceert een jaarrekening en een bestuursverslag volgens titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van bepaalde artikelen.

Officiële wettekst ->
art. 2.47 lid 2 Plicht

Het bestuursverslag van het aangewezen warmtebedrijf bevat informatie over de tarieven en de integrale kosten en opbrengsten van warmtelevering.

Officiële wettekst ->
art. 2.5 lid 3 Plicht

Een warmtebedrijf of warmtegemeenschap moet een aanvraag indienen bij de ACM om organisatorische en technische bekwaamheid en financiële capaciteit vast te stellen.

Officiële wettekst ->
art. 2.5 lid 5 Plicht

Een warmtebedrijf of warmtegemeenschap moet bij de aanvraag om aanwijzing het besluit van de ACM en een globaal kavelplan overleggen.

Officiële wettekst ->
art. 2.7 lid 3 Plicht

Een warmtebedrijf moet een aanvraag indienen bij de ACM om organisatorische en technische bekwaamheid en financiële capaciteit vast te stellen.

Officiële wettekst ->
art. 2.7 lid 5 Plicht

Een warmtebedrijf moet bij de aanvraag om aanwijzing het besluit van de ACM en een globaal kavelplan overleggen.

Officiële wettekst ->
art. 2.8 lid 3 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf moet de Autoriteit Consument en Markt de gegevens en bescheiden verstrekken die nodig zijn voor het nemen van het besluit.

Officiële wettekst ->
art. 2.9 lid 4 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf moet de Autoriteit Consument en Markt zo spoedig mogelijk op de hoogte stellen van het verzoek om intrekking.

Officiële wettekst ->
art. 3.1 lid 1 Plicht

Het warmtebedrijf moet het college en de ACM melden dat het voornemens is warmte te leveren via een klein collectief warmtesysteem buiten een warmtekavel.

Officiële wettekst ->
art. 3.1 lid 6 Plicht

Het warmtebedrijf moet binnen een bepaalde termijn bepaalde documenten aan het college zenden.

Officiële wettekst ->
art. 3.1 lid 8 Plicht

Het warmtebedrijf moet het college onmiddellijk melden indien het systeem geen klein collectief warmtesysteem meer is.

Officiële wettekst ->
art. 3.10 lid 1 Plicht

Een warmtebedrijf moet elke drie jaar een plan opstellen voor leveringszekerheid en duurzaamheid.

Officiële wettekst ->
art. 3.10 lid 2 Plicht

Het warmtebedrijf moet het plan op verzoek verstrekken aan de Autoriteit Consument en Markt en het college.

Officiële wettekst ->
art. 3.10 lid 5 Plicht

Het warmtebedrijf moet de opdracht opvolgen en de maatregelen in het plan uitvoeren.

Officiële wettekst ->
art. 3.12 lid 2 Plicht

Het warmtebedrijf moet de eigendom van het warmtenet overdragen aan het volgende warmtebedrijf indien de vrijstelling of ontheffing is gewijzigd, ingetrokken, vervallen of overgedragen.

Officiële wettekst ->
art. 3.2 lid 2 Plicht

Het warmtebedrijf moet de ACM melden dat het voornemens is een aanvraag om ontheffing in te dienen.

Officiële wettekst ->
art. 3.2 lid 5 Plicht

Het warmtebedrijf moet bij een aanvraag om ontheffing bepaalde documenten overleggen.

Officiële wettekst ->
art. 3.2 lid 9 Plicht

Het warmtebedrijf moet het college onmiddellijk melden indien het systeem geen klein collectief warmtesysteem meer is.

Officiële wettekst ->
art. 3.5 lid 2 Plicht

Een warmtebedrijf moet de Autoriteit Consument en Markt melden dat het voornemens is een aanvraag om overdracht van een vrijstelling of ontheffing in te dienen.

Officiële wettekst ->
art. 3.9 lid 1 Plicht

Een warmtebedrijf moet elke drie jaar een plan opstellen met een beschrijving van de organisatorische en technische bekwaamheid en de financiële situatie.

Officiële wettekst ->
art. 3.9 lid 2 Plicht

Het warmtebedrijf moet op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt het plan verstrekken.

Officiële wettekst ->
art. 3.9 lid 3 Plicht

Het warmtebedrijf moet de Autoriteit Consument en Markt onmiddellijk melden als de financiële situatie significant verslechtert.

Officiële wettekst ->
art. 3.9 lid 5 Plicht

Het warmtebedrijf moet de opdracht van de Autoriteit Consument en Markt opvolgen.

Officiële wettekst ->
art. 5.1 lid 2 Plicht

Een warmtetransportonderneming moet een aanvraag indienen bij de Autoriteit Consument en Markt om vast te stellen of zij voldoet aan organisatorische, technische en financiële eisen voordat zij een aanvraag indient om aangewezen te worden.

Officiële wettekst ->
art. 5.1 lid 4 Plicht

Een warmtetransportonderneming moet bij de aanvraag om aangewezen te worden het besluit van de Autoriteit Consument en Markt overleggen waarin is vastgesteld dat zij voldoet aan de gestelde eisen.

Officiële wettekst ->
art. 5.10 lid 1 Plicht

Een warmtetransportbeheerder stelt periodiek een exploitatieplan op binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn.

Officiële wettekst ->
art. 5.10 lid 3 Plicht

De warmtetransportbeheerder zendt op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt het exploitatieplan naar de Autoriteit Consument en Markt.

Officiële wettekst ->
art. 5.10 lid 6 Plicht

De warmtetransportbeheerder volgt de opdracht op en voert de in het exploitatieplan opgenomen maatregelen uit.

Officiële wettekst ->
art. 5.12 lid 1 Plicht

Een warmtetransportbeheerder en een verbonden groepsmaatschappij beperken zich tot handelingen en activiteiten gerelateerd aan de aanleg en het beheer van energie-infrastructuur.

Officiële wettekst ->
art. 5.13 lid 1 Plicht

De warmtetransportbeheerder verstrekt op verzoek informatie over goederen en diensten en de prijzen en voorwaarden daarvan.

Officiële wettekst ->
art. 5.13 lid 3 Plicht

De warmtetransportbeheerder verstrekt op verzoek informatie over goederen en diensten aan bepaalde partijen.

Officiële wettekst ->
art. 5.15 lid 2 Plicht

De warmtetransportbeheerder moet de eigendom van het warmtetransportnet overdragen aan de volgende warmtetransportbeheerder onder bepaalde omstandigheden.

Officiële wettekst ->
art. 5.16 lid 1 Plicht

Degene die een warmtetransportaansluiting heeft, is verantwoordelijk voor het opstellen van een warmtetransportprogramma.

Officiële wettekst ->
art. 5.16 lid 3 Plicht

Een aansluitingsverantwoordelijke zendt het warmtetransportprogramma naar de warmtetransportbeheerder.

Officiële wettekst ->
art. 5.16 lid 4 Plicht

De aansluitingsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor een afwijking van het warmtetransportprogramma.

Officiële wettekst ->
art. 5.17 lid 3 Plicht

Een partij die warmtetransportcapaciteit afneemt en niet gebruikt, stelt deze ter beschikking op verzoek van de warmtetransportbeheerder.

Officiële wettekst ->
art. 5.3 lid 4 Plicht

De warmtetransportbeheerder moet de Autoriteit Consument en Markt zo spoedig mogelijk op de hoogte stellen van een verzoek tot intrekking.

Officiële wettekst ->
art. 5.4 lid 2 Plicht

De warmtetransportbeheerder moet een aanvraag indienen bij de Autoriteit Consument en Markt voordat hij een aanvraag om instemming indient.

Officiële wettekst ->
art. 5.4 lid 4 Plicht

De warmtetransportbeheerder moet bij een aanvraag om instemming het besluit van de Autoriteit Consument en Markt overleggen.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1a Plicht

De warmtetransportbeheerder moet het warmtetransportnet aanleggen om grote warmtebronnen in de regio te ontsluiten.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1b Plicht

De warmtetransportbeheerder moet een warmtetransportaansluiting voorzien aan degene die daarom verzoekt, tenzij bepaalde voorwaarden in het geding komen.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1c Plicht

De warmtetransportbeheerder moet het warmtetransportnet doelmatig beheren en onderhouden.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1d Plicht

De warmtetransportbeheerder moet de betrouwbaarheid van het warmtetransport doelmatig zekerstellen.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1e Plicht

De warmtetransportbeheerder moet de veiligheid van het warmtetransportnet doelmatig waarborgen.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1f Plicht

De warmtetransportbeheerder moet warmte doelmatig transporteren en warmteverliezen zoveel mogelijk voorkomen.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1g Plicht

De warmtetransportbeheerder moet de beschikbare transportcapaciteit zodanig verdelen dat dit leidt tot een efficiënt gebruik van het warmtetransportnet.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1h Plicht

De warmtetransportbeheerder moet de temperatuur van de warmte vaststellen voor een doelmatig gebruik van het warmtetransportnet.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1i Plicht

De warmtetransportbeheerder moet het warmtetransportnet in balans houden en onbalans efficiënt corrigeren of voorkomen.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1j Plicht

De warmtetransportbeheerder moet een programma per warmtetransportaansluiting vaststellen met de hoeveelheid ingevoerde of onttrokken warmte.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1k Plicht

De warmtetransportbeheerder moet de hoeveelheid warmte per warmtetransportaansluiting meten die van het warmtetransportnet wordt afgenomen en ingevoed.

Officiële wettekst ->
art. 5.6 lid 1l Plicht

De warmtetransportbeheerder moet vraag en aanbod van warmte in kaart brengen en bijeenbrengen.

Officiële wettekst ->
art. 5.7 lid 1 Plicht

Een warmtetransportbeheerder meldt onmiddellijk aan Onze Minister en de ACM als te voorzien is dat een taak niet langer kan worden uitgevoerd.

Officiële wettekst ->
art. 5.7 lid 2 Plicht

Een warmtetransportbeheerder meldt op korte termijn na de melding welke maatregelen zijn genomen om de taak weer uit te kunnen voeren.

Officiële wettekst ->
art. 5.7 lid 4 Plicht

De warmtetransportbeheerder volgt de opdracht van de ACM op.

Officiële wettekst ->
art. 5.8 lid 1 Plicht

Een warmtetransportbeheerder zendt jaarlijks informatie over organisatorische en technische bekwaamheid en financiële situatie aan de ACM.

Officiële wettekst ->
art. 5.8 lid 2 Plicht

Een warmtetransportbeheerder meldt onmiddellijk aan de ACM als de financiële situatie significant verslechtert.

Officiële wettekst ->
art. 5.8 lid 4 Plicht

De warmtetransportbeheerder volgt de opdracht van de ACM op.

Officiële wettekst ->
art. 5.9 lid 1 Plicht

Een warmtetransportbeheerder stelt periodiek een warmtetransportinvesteringsplan op.

Officiële wettekst ->
art. 5.9 lid 4 Plicht

Een warmtetransportbeheerder legt een ontwerp-warmtetransportinvesteringsplan voor aan relevante partijen en verantwoordt de wijzigingen.

Officiële wettekst ->
art. 5.9 lid 6 Plicht

Een warmtetransportbeheerder stelt het warmtetransportinvesteringsplan vast en verantwoordt de wijzigingen.

Officiële wettekst ->
art. 5.9 lid 7 Plicht

Een warmtetransportbeheerder voert de investeringen uit die in het warmtetransportinvesteringsplan zijn opgenomen.

Officiële wettekst ->
art. 5.9 lid 8 Plicht

Een warmtetransportbeheerder zendt een wijziging van het warmtetransportinvesteringsplan aan de ACM.

Officiële wettekst ->
art. 6.2 lid 4 Plicht

Het warmtebedrijf en de producent van restwarmte moeten in een overeenkomst de kenmerken van de productiecapaciteit en de kosten vastleggen.

Officiële wettekst ->
art. 6.7 Plicht

Een warmteleveringsbedrijf moet ervoor zorgen dat binnen één maand na levering een corresponderende hoeveelheid garanties van oorsprong wordt afgeboekt.

Officiële wettekst ->
art. 7.1 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf mag bij een kleinverbruiker niet meer dan de vastgestelde maximale tarieven in rekening brengen voor de eerste drie jaar na aanvang van de levering.

Officiële wettekst ->
art. 7.1 lid 2 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf brengt tarieven in rekening voor specifieke goederen en diensten zoals transport en levering van warmte en koude.

Officiële wettekst ->
art. 7.1 lid 3 Plicht

De tarieven van een aangewezen warmtebedrijf moeten non-discriminatoir zijn.

Officiële wettekst ->
art. 7.1 lid 4 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet de tarieven op transparante wijze aan verbruikers bekendmaken en openbaar maken.

Officiële wettekst ->
art. 7.10 lid 2 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf moet informatie verstrekken op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt binnen de gestelde termijn.

Officiële wettekst ->
art. 7.10 lid 3 Plicht

De informatie verstrekt door een warmtebedrijf moet gecontroleerd zijn door een registeraccountant indien daarom is verzocht door de Autoriteit Consument en Markt.

Officiële wettekst ->
art. 7.12 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf voert een afzonderlijke boekhouding voor de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 2.13.

Officiële wettekst ->
art. 7.13 lid 1 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf maakt jaarlijks de berekening van de tarieven openbaar, met uitzondering van bedrijfsvertrouwelijke gegevens.

Officiële wettekst ->
art. 7.13 lid 2 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf verstrekt jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt een afschrift van de berekening van de tarieven.

Officiële wettekst ->
art. 7.18 lid 3 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf betaalt jaarlijks een vereveningstoeslag aan het Vereveningsfonds.

Officiële wettekst ->
art. 7.21 lid 2 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf mag bij een grootverbruiker niet meer dan de vastgestelde tarieven in rekening brengen en moet voor de eerste drie jaar na aanvang van de levering niet hoger dan het maximale tarief rekenen.

Officiële wettekst ->
art. 7.22 lid 1 Plicht

Een warmtebedrijf mag bij een kleinverbruiker niet meer dan de door de ACM vastgestelde tarieven in rekening brengen en moet voor de eerste drie jaar na aanvang van de levering niet hoger dan het maximale tarief rekenen.

Officiële wettekst ->
art. 7.22 lid 2 Plicht

Een warmtebedrijf brengt tarieven in rekening voor specifieke goederen en diensten zoals transport en levering van warmte en koude.

Officiële wettekst ->
art. 7.22 lid 3 Plicht

De tarieven van een warmtebedrijf moeten non-discriminatoir zijn, met uitzondering voor vaste tarieven op basis van kostenbijdrage.

Officiële wettekst ->
art. 7.22 lid 4 Plicht

Een warmtebedrijf moet de tarieven op transparante wijze aan een kleinverbruiker bekendmaken.

Officiële wettekst ->
art. 7.28 lid 2 Plicht

Een warmtebedrijf mag bij een grootverbruiker niet meer dan de vastgestelde tarieven in rekening brengen en voor de eerste drie jaar na aanvang van de levering niet meer dan het maximale tarief.

Officiële wettekst ->
art. 7.31 lid 3 Plicht

Het warmtebedrijf betaalt jaarlijks een vereveningstoeslag aan het Vereveningsfonds.

Officiële wettekst ->
art. 7.34 lid 1 Plicht

Een warmtebedrijf moet tarieven voor de levering van warmte aan kleinverbruikers vaststellen met een vooraf opgestelde berekeningsmethode.

Officiële wettekst ->
art. 7.34 lid 2 Plicht

De tarieven moeten kostengebaseerd, transparant, non-discriminatoir zijn en uitgaan van een redelijk rendement.

Officiële wettekst ->
art. 7.36 lid 1 Plicht

Een warmtetransportbeheerder mag voor het uitvoeren van zijn taken niet meer dan de door de ACM vastgestelde tarieven in rekening brengen.

Officiële wettekst ->
art. 7.36 lid 2 Plicht

De tarieven van een warmtetransportbeheerder moeten non-discriminatoir zijn.

Officiële wettekst ->
art. 7.36 lid 3 Plicht

Een warmtetransportbeheerder moet de tarieven voor het transport van warmte op transparante wijze bekendmaken.

Officiële wettekst ->
art. 7.38 lid 1 Plicht

Een warmtetransportbeheerder moet maximaal een keer per jaar en minimaal een keer in de vijf jaar een transporttariefvoorstel aan de ACM zenden.

Officiële wettekst ->
art. 7.38 lid 2 Plicht

Het transporttariefvoorstel moet non-discriminatoir zijn en gebaseerd op de vastgestelde toegestane warmtetransportinkomsten.

Officiële wettekst ->
art. 7.39 lid 1 Plicht

Een warmtetransportbeheerder brengt voor bepaalde goederen en diensten ten hoogste tarieven in rekening die gebaseerd zijn op de werkelijke kosten.

Officiële wettekst ->
art. 7.40 lid 2 Plicht

Een warmtetransportbeheerder verstrekt informatie op grond van de regulatorische accountingregels binnen de gestelde termijn.

Officiële wettekst ->
art. 7.40 lid 3 Plicht

De informatie verstrekt door een warmtetransportbeheerder is gecontroleerd door een registeraccountant indien daarom is verzocht.

Officiële wettekst ->
art. 7.41 lid 1 Plicht

Een warmtetransportbeheerder voert een afzonderlijke boekhouding voor de uitvoering van de taken.

Officiële wettekst ->
art. 7.8 lid 1 Plicht

Een aangewezen warmtebedrijf zendt jaarlijks een tariefvoorstel naar de Autoriteit Consument en Markt.

Officiële wettekst ->
art. 8.2 lid 1 Plicht

Het aangewezen warmtebedrijf adviseert binnen twee maanden na de melding of aan de voorwaarden van artikel 8.1 wordt voldaan.

Officiële wettekst ->
art. 8.4 lid 6 Plicht

Een warmtebedrijf moet de leden van de vereniging van eigenaars schriftelijk in kennis stellen van het voornemen om werkzaamheden uit te voeren.

Officiële wettekst ->
art. 9.1 lid 3 Plicht

Degene aan wie een verzoek is gedaan om gegevens en inlichtingen te verstrekken, moet deze binnen de gestelde termijn verstrekken en medewerking verlenen.

Officiële wettekst ->

Voorwaarden (11)

Wet collectieve warmte

art. 13.14 lid 1 Voorwaarde

Een warmtetransportonderneming krijgt een aanwijzing voor een gebied als het voldoet aan de voorwaarden van artikelen 5.11, 5.12 en 5.14.

Officiële wettekst ->
art. 2.16 lid 8 Voorwaarde

Een aangewezen warmtebedrijf kan alleen afwijken van een uitgewerkt kavelplan als er een wijziging is opgesteld waarmee het college heeft ingestemd.

Officiële wettekst ->
art. 2.20 lid 2 Voorwaarde

Het eerste lid is niet van toepassing indien de ernstige storing niet aan het warmtebedrijf of de warmtetransportbeheerder kan worden toegerekend.

Officiële wettekst ->
art. 2.36 lid 1 Voorwaarde

Een aangewezen warmtebedrijf kan alleen een opzegvergoeding in rekening brengen bij tussentijdse opzegging van een overeenkomst voor bepaalde duur met vast overeengekomen prijs of kosten, indien de opzegvergoeding in de overeenkomst is opgenomen.

Officiële wettekst ->
art. 2.41 lid 2 Voorwaarde

Indien een verbruiksonafhankelijke warmtekostenverdeelsystematiek wordt gebruikt, kunnen kosten voor gemeenschappelijk belang en redelijke kosten voor uitvoering worden toegerekend.

Officiële wettekst ->
art. 3.1 lid 4 Voorwaarde

Het warmtebedrijf is vrijgesteld van het verbod indien het voldoet aan bepaalde voorwaarden.

Officiële wettekst ->
art. 6.4 lid 2 Voorwaarde

Een producent van thermische energie moet bij de aanvraag voor een rekening voor garanties van oorsprong het resultaat van de vaststelling volgens artikel 6.5, lid 1 overleggen.

Officiële wettekst ->
art. 7.18 lid 4 Voorwaarde

Een warmtebedrijf kan een kleinverbruiker kosten in rekening brengen voor de vereveningstoeslag, mits het bedrag niet hoger is dan de vastgestelde tarieflimieten.

Officiële wettekst ->
art. 7.3 lid 4 Voorwaarde

De methodes kunnen gezamenlijk worden vastgesteld voor meerdere warmtekavels met instemming van de gemeente.

Officiële wettekst ->
art. 7.31 lid 4 Voorwaarde

Een warmtebedrijf kan kosten in verband met de vereveningstoeslag in rekening brengen aan kleinverbruikers, mits het bedrag niet hoger is dan de vastgestelde tarieflimieten.

Officiële wettekst ->
art. 7.32 lid 1 Voorwaarde

Een warmtebedrijf kan een vereveningsbijdrage ontvangen indien de tarieven hoger zijn dan de vastgestelde tarieflimieten of als de kosten niet in rekening kunnen worden gebracht.

Officiële wettekst ->

Rechten (16)

Wet collectieve warmte

art. 2.25 lid 3 Recht

Het warmtebedrijf kan de Dienst voor het kadaster verzoeken om naam en adresgegevens van de gebouweigenaar.

Officiële wettekst ->
art. 2.25 lid 4 Recht

Het warmtebedrijf kan een systeembeheerder voor gas verzoeken om informatie over de grootte van de gasaansluiting van een gebouw.

Officiële wettekst ->
art. 2.30 lid 1 Recht

Een aangewezen warmtebedrijf kan een tarief in rekening brengen voor de afsluiting van een collectieve warmtevoorziening dat niet meer bedraagt dan het door de ACM vastgestelde maximale tarief.

Officiële wettekst ->
art. 2.30 lid 2 Recht

Een aangewezen warmtebedrijf kan een tarief in rekening brengen voor de afsluiting van een collectieve warmtevoorziening voor grootverbruikers dat niet meer bedraagt dan het door de ACM vastgestelde maximale tarief.

Officiële wettekst ->
art. 2.30 lid 3 Recht

Een aangewezen warmtebedrijf kan een opslag in rekening brengen indien door de afsluiting structureel geen redelijk rendement kan worden behaald of de afsluiting leidt tot een significante verhoging van de tarieven voor de resterende verbruikers.

Officiële wettekst ->
art. 2.30 lid 4 Recht

Een aangewezen warmtebedrijf kan een tarief in rekening brengen voor de afsluiting van een collectieve warmtevoorziening bij sloop van een gebouw, gebaseerd op de werkelijke kosten.

Officiële wettekst ->
art. 2.45 lid 4 Recht

Een aangewezen warmtebedrijf heeft recht op een tegenprestatie die de marktwaarde van de verschafte rechten op het warmtenet vertegenwoordigt.

Officiële wettekst ->
art. 2.5 lid 1 Recht

Een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap kan voor minimaal 20 en maximaal 30 jaar exclusieve bevoegdheid krijgen binnen een warmtekavel.

Officiële wettekst ->
art. 2.6 lid 1 Recht

Een ander warmtebedrijf dan een met publiek meerderheidsbelang kan een aanvraag indienen om aangewezen te worden als er geen voornemen is van een warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang.

Officiële wettekst ->
art. 2.7 lid 1 Recht

Een ander warmtebedrijf kan voor minimaal 20 en maximaal 30 jaar exclusieve bevoegdheid krijgen binnen een warmtekavel.

Officiële wettekst ->
art. 3.12 lid 3 Recht

Het warmtebedrijf heeft recht op een tegenprestatie van het volgende warmtebedrijf die de marktwaarde van de verschafte rechten op het warmtenet vertegenwoordigt.

Officiële wettekst ->
art. 5.15 lid 3 Recht

De warmtetransportbeheerder heeft recht op een tegenprestatie die de marktwaarde van de verschafte rechten op het warmtetransportnet vertegenwoordigt.

Officiële wettekst ->
art. 7.19 lid 1 Recht

Een aangewezen warmtebedrijf kan een vereveningsbijdrage aanvragen indien voldaan is aan de verplichting in artikel 7.18, derde lid.

Officiële wettekst ->
art. 7.20 lid 1 Recht

Een aangewezen warmtebedrijf kan een bijdrage aanvragen indien de tarieflimieten lager zijn vastgesteld en de tarieven daardoor zijn verlaagd.

Officiële wettekst ->
art. 7.38 lid 6 Recht

Een warmtetransportbeheerder kan de ACM verzoeken de tarieven te wijzigen als er een nieuw goed of dienst wordt aangeboden.

Officiële wettekst ->
art. 9.2 lid 2 Recht

Een warmtebedrijf is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van taken en verplichtingen op grond van deze wet.

Officiële wettekst ->